Auteurscontractenrecht en De Werkelijkheid

Onlangs publiceerde Joost Poort op IE-Forum een artikel over mogelijke bijwerkingen van de lang-verwachte herziening van de Auteurswet. Belangrijkste toevoegingen van de nieuwe wetsbepalingen aan het bestaande auteursrecht, zijn een recht van de makers om mee te mogen delen in het onverwacht grote succes van een werk (de ‘bestsellers-bepaling’) èn vooral het recht voor filmmakers om mee te delen in de opbrengsten en exploitatie van filmwerken (dus ook van televisieseries etc.).  Poort merkt op dat die nieuwe rechten en plichten niet persé gunstig hoeven te zijn voor die makers.

Poort schrijft onder meer: “Zo verschuift de bestsellerbepaling risico’s van exploitanten naar makers, waardoor de – voor risico gecorrigeerde – opbrengsten voor de makers wel eens lager kunnen worden. Exploitanten zullen er in contracten immers op gaan anticiperen dat ze bij grote kaskrakers extra vergoedingen aan de auteurs moeten uitkeren.” En: “Voor de billijke vergoeding geldt, dat deze de vraag naar de diensten van makers kan schaden en bovendien ongunstig kan uitpakken voor beginnende makers die best voor een lage vergoeding willen werken om naam en faam te verwerven.”

Een paar jaar geleden nam ik deel aan  een studiecommissie van de Vereniging voor Auteursrecht, die twee adviezen uitbracht over het (toenmalige) Wetsvoorstel Auteurscontractenrecht. De vergaderingen van  die studiecommissies werden vaak opgevrolijkt door verhitte discussies over de mogelijke bijwerkingen van de voorgestelde wetsbepalingen. Menig geleerd lid van de commissie vreesde ook toen al dat het recht voor de auteurs om mee te delen in de opbrengsten ertoe kon leiden dat de daadwerkelijke vergoedingen dalen.

Die angst is volgens mij niet onterecht en sterker nog, wordt zelfs aangewakkerd door de Nota naar Aanleiding van het Verslag, waarin de (inmiddels: toenmalige) staatssecretaris bij de toelichting van art. 45d schrijft: “Met betrekking tot de billijkheid van de proportionele vergoeding … kan hierbij gedacht worden aan een percentage van de omzet. Nemen de opbrengsten toe, dan zal de vergoeding voor de maker eveneens dienen toe te nemen. Het ligt voor de hand hierbij aan te knopen bij de bruto omzet.”

Hoewel de staatssecretaris hier alleen spreekt over de ‘proportionele billijke vergoeding’ bij filmwerken, ligt het voor de hand om die ratio voor het hele wetsvoorstel te laten gelden. Er is geen goede reden om voor schrijvers een wezenlijk ander regime te laten gelden dan voor filmmakers. Met andere woorden, het is volgens mij de bedoeling van het wetsvoorstel dat alle makers gaan meedelen in de opbrengsten van hun werk, en de drempelwaarde voor die winstdeling kan niet erg hoog liggen.

Het gevolg hiervan kan inderdaad zijn dat uitgevers, producenten of exploitanten zich zullen afvragen waarom een auteur uitsluitend de lusten zou genieten maar niet ook de lasten moet dragen? Waarom zou een auteur überhaupt nog enige vergoeding krijgen als hij toch ook een deel van de verkoopopbrengsten kan opeisen? De enige drempel is misschien nog in hoeverre een opdrachtgever (uitgever/producent/exploitant etc.) voorafgaand aan de exploitatie al zelf een vergoeding heeft ontvangen voor het te maken werk (zoals film-producenten doorgaans uit fondsen etc. al hun eigen honorarium hebben ontvangen).

Maar wat hieruit volgt, is volgens mij nìet noodzakelijkerwijs dat de makers lagere vergoedingen zullen moeten accepteren. Wat veel logischer lijkt, is dat de makers zich daadwerkelijk zelf met de exploitatie van hun werk zullen gaan bemoeien – meer dan ooit krijgen zij daar nu namelijk belang bij. Het wetsvoorstel (dat naar alle verwachting nog voor het einde van het jaar al daadwerkelijk wet kan zijn) zou dus ook wel eens een heel andere onverwachte bijwerking kunnen hebben: namelijk dat makers zich eindelijk bewust worden van het feit dat zij deelnemen aan het economisch verkeer en dat zij zich daadwerkelijk (en effectief) zullen moeten gaan gedragen als ondernemers.

Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in Auteursrecht en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s