Nieuw auteursrecht geen verbetering?

Lawyers in paradise...

Lawyers in paradise…

Zoals bekend, is de Auteurswet onlangs aangevuld met een rits nieuwe artikelen ter verbetering van de (financiële) positie van auteurs. Voortaan kan de auteur m/v zijn rechten  te gelde maken, zelfs na overdracht. Hoe zal dat eens uitpakken? Rond dit thema heeft uitgeverij DeLex op 3 september 2015 een symposium georganiseerd, waar juristen-panels diverse stellingen bespraken. In deze blog kijk ik naar wat stellingen voor filmmakers (artikel 45d Auteurswet). Conclusie: ’t kan vriezen, ’t kan dooien.

De belangrijkste vraag na lezing van de nieuwe wetsartikelen is natuurlijk: komt er nu een einde aan de praktijk waarbij een filmmaker in één keer volledig betaald is, ongeacht het succes van het werk (de zg. ‘lumpsum’); èn ongeacht of de producent en/of de exploitant iets ‘nuttigs’ doet met het werk en de verworven rechten?

Het hoogedelgeleerde panel was het er in grote mate over eens dat voor DVD-distributie en bioscoop vertoning de (gewone) billijke vergoeding voor alle makers nog steeds lumpsum kan worden afgekocht. Dat schiet dus niet op. Misschien ligt dat voor de regisseur en de scenarioschrijver anders? Immers, in de nieuwe wet krijgen die filmmakers na overdracht van hun rechten aan de producent bovendien recht op een ‘proportionele billijke vergoeding’ van ‘een ieder die het filmwerk uitzendt of doet uitzenden of op enige andere wijze mededeelt aan het publiek’ (art. 45d lid 2 Aw: wat vroeger ‘openbaar maken’ heette). Nou, dat is nog maar de vraag.

Die ‘proportionele billijke vergoeding’ moet worden geïnd bij de exploitanten, lijkt het (degenen die daadwerkelijk openbaar maken). En wat meer is, de regisseur en de scenarist m/v hebben uitsluitend recht op die vergoeding wanneer ze hun rechten aan de producent hebben overgedragen. De vergoeding kan bovendien (art. 45d lid 3 Aw) alleen worden geïnd door een Collectief Beheer Organisatie (‘CBO’). De eerste stap lijkt dus dat de CBO’s alle rechten die ze nu beheren via de makers aan de producenten moeten overdragen (daar was 65% van het panel het over eens); en de tweede stap lijkt dat de CBO’s met de exploitanten regelingen treffen voor betaling van die ‘billijke proportionele vergoeding’.

Hier zijn nogal wat problemen bij te voorzien. Om te beginnen: welke CBO’s kunnen die afspraken met exploitanten maken? Het ligt voor de hand dat dit de bestaande CBO’s zijn (Vevam, LIRA), maar noodzakelijk is dat niet. Het is heel goed denkbaar dat er een andere organisatie op zal staan, die een voor producenten en exploitanten gunstiger regeling aanbiedt: niemand weet tenslotte hoe hóóg die ‘proportionele billijke vergoeding’ moet zijn. En stel dat de exploitanten wèl een regeling hebben met deze nieuwe CBO, maar niet met de oude, omdat de oude CBO’s méér geld van ze vragen? Wie zal dan kunnen zeggen dat de ene regeling ‘billijker’ is dan de andere? Moeten de CBO’s dan eerst elkaar de tent uitvechten over de billijkheid voordat er überhaupt geld geïnd kan worden?

Een ander mogelijk knelpunt ligt besloten in een stelling waar het panel niet aan toe is gekomen: “Een proportionele vergoeding is een resultaatsafhankelijke vergoeding. Dat betekent dat kosten mogen worden verrekend en dat uitsluitend een vergoeding is verschuldigd als er winst wordt gemaakt door de producent danwel de exploitant.” Nou, winst wordt er wel gemaakt door bepaalde exploitanten, bijvoorbeeld de kabelexploitanten – maar hoe is die winst proportioneel met (bijvoorbeeld) één film van één specifieke maker? Als deze stelling gevolgd wordt, dan krijgt een filmmaker recht op een zó miniscuul deel van de nettowinst dat hij of zij daar misschien nog net een Snickers voor kan kopen!

Een feit is dat het nieuwe artikel 45d Auteurswet er vanuit gaat dat filmmakers hun rechten zullen overdragen. Die rechten zijn ze dan dus kwijt. Daarvoor in de plaats krijgen ze een vergoedingsaanspraak, maar het is onduidelijk waar die vergoeding nu eigenlijk van afhankelijk is. En als een filmmaker m/v meent dat hij/zij ten onrechte niet meedeelt in de exploitatie van ‘zijn’ werk, biedt de nieuwe wet wel handvatten, maar wat er tegen die tijd nog over is van de ‘lumpsum’ gaat in dat geval vermoedelijk geheel op aan advocaten.  Enfin, de toepasselijke uitdrukking naar aanleiding van dit symposium lijkt mij: “It’s a lawyer’s paradise!”

 

 

Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in Auteursrecht, De Kabeloorlog (2012 - ... ), Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Nieuw auteursrecht geen verbetering?

  1. Pingback: Een nieuw droef hoofdstuk in de kabeloorlog: LIRA vs. Ziggo, pt.2. | Kracht advocatuur juridische blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s