No cure, tòch pay?

Old-Cuban-Money-1024x475Het is een heel gebruikelijke afspraak: no cure, no pay. Partijen spreken een beloning af die betaald moet worden na het bereiken van een bepaald resultaat. Maar wat gebeurt er wanneer de afspraak wordt opgezegd voordat het beoogde resultaat is bereikt?

‘No cure, no pay’-afspraken zijn niet zeldzaam. Meestal gaat het dan om het behalen van een bepaald onzeker resultaat, waarbij de beloning bestaat uit een percentage. Denk bijvoorbeeld aan een makelaar die voor de eigenaar een huis zal verkopen, of aan een headhunter die in opdracht van een bedrijf op zoek gaat naar een geschikt iemand voor een bepaalde vacature. Als het huis is verkocht, c.q. als iemand is voorgedragen die de vacature heeft gekregen, krijgt de bemiddelaar een percentage van de verkoopprijs, c.q. van een jaarloon.

Het lijkt dat het risico bij dit soort afspraken volledig gedragen wordt door de bemiddelaar (de opdrachtnemer). Als het huis na een jaar nog niet verkocht is of er is geen geschikt iemand voor de baan gevonden, is de bemiddelaar wel aan het werk geweest, maar het beoogde resultaat is niet behaald. Wat gebeurt er dan als de opdrachtgever van de opdracht af wil?

Overeenkomsten moeten worden nagekomen, dat weet iedereen. In mooi potjeslatijn: pacta sunt servanda. Zolang de overeenkomst in stand blijft, blijven ook de verplichtingen in stand. Maar een overeenkomst kan worden opgezegd. In het geval van een opdracht is dat zelfs een wettelijk recht dat de opdrachtgever heeft op grond van artikel 7:408 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’).

Bij het opzeggen van een no cure, no pay-opdracht, betekent dat echter niet dat de opdrachtnemer geen recht meer heeft op een vergoeding. Art. 7:411 BW bepaalt dat recht kan bestaan op ‘een redelijk loon’, of zelfs op het ‘volle loon’, als de beloning afhankelijk was van de volbrenging of van het verstrijken van een bepaalde tijd. Het is een merkwaardige situatie, en er wordt dan ook vaak over geprocedeerd.

In een arrest van 23 mei 2003 heeft de Hoge Raad beslist dat artikel 7:411 BW ook geldt in geval van bemiddeling. Bij voortijdige beëindiging van een opdracht heeft de makelaar/opdrachtnemer dus in beginsel recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon. Bij het bepalen van de omvang van het deel van het loon waarop aanspraak kan worden gemaakt, moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval.

Wat voor soort bedragen worden er zoal toegewezen? Hierbij wat voorbeelden uit de rechtspraktijk. Een makelaar uit Rotterdam die bemiddelde bij de verkoop van panden ter waarde van ongeveer 10 miljoen euro, kreeg van de rechtbank 50.000,- euro toegewezen (ter vergelijking: als hij het overeengekomen percentage had ontvangen, was dit ongeveer 125.000,- euro geweest). Een hypotheekbemiddelaar in Groningen kreeg van de rechtbank 345 Euro toegewezen (hij had het drievoudige gevorderd). Een headhunter in Utrecht, die tevergeefs twee kandidaten had voorgedragen bij de Rabo-bank, kreeg van de rechtbank ongeveer 7000,- euro toegewezen (hij had ongeveer 30.000,- euro gevorderd).

Conclusie: bezint eer ge begint! Een ‘no cure, no pay’-afspraak kan bij voortijdige opzegging leiden tot een plicht voor de opdrachtgever om alsnog een redelijk loon te betalen. Maar uit het (zeer beperkte) steekproefje hierboven, blijkt dat rechters in de praktijk de betalingsvorderingen flink matigen.

 

Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in Aansprakelijkheid, Effectief procederen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s