Algemene Voorwaarden revisited

Geen confectie maar een maatpak.

Kies voor een maatpak in plaats van confectie.

Algemene Voorwaarden zijn een heikel onderwerp. Iedereen gebruikt ze, er ontstaan regelmatig geschillen door, en ze zijn een rijke bron van jurisprudentie. Wie ze niet gebruikt, handelt onverstandig; wie ze wèl gebruikt, is daarmee nog steeds zijn (zakelijk) leven niet zeker. De vraag is dus: wat moeten we ermee? In deze blog een klein overzicht van hoe (goed) om te gaan met algemene voorwaarden.

Het grote voordeel van algemene voorwaarden hanteren, is dat je maar één keer goed hoeft na te denken over de manier waarop je zaken wilt doen. In de algemene voorwaarden (‘AV’) leg je vast hoe je bepaalde (wettelijke) rechten en plichten geïnterpreteerd wilt zien, je sluit uit wat je niet bevalt, je voegt toe wat in je voordeel is, en vooral regel je de omvang van je eigen aansprakelijkheid wanneer er onverhoopt iets misgaat. Dat laatste is vaak het belangrijkste, want het kan voorkomen dat een opdracht niet meer dan 1.000 Euro oplevert, maar dat er vervolgens voor honderdduizenden Euros schade ontstaat.

Algemene Voorwaarden zijn geen maatpak, maar confectie. Na die ene keer diep nadenken, kunnen de AV bij ieder nieuw contract eenvoudigweg weer van toepassing worden verklaard. Helaas, uit de rijkgevulde koffer met jurisprudentie blijkt al dat er nogal eens iets misgaat. Om te beginnen is een wettelijke regeling (art. 6:231 t/m 6:247 BW), en menig ondernemer is geneigd in strijd met die regeling te handelen. Degene die zich wil beroepen op zijn eigen AV moet ze niet alleen van toepassing hebben verklaard, maar moet ook “de wederpartij een redelijke mogelijkheid hebben geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen”.

Als de wederpartij die mogelijkheid nìet heeft gehad, dan is de straf dat de AV vernietigbaar zijn. Dat is nogal een drastisch rechtsgevolg, dus de vraag is wanneer die redelijke mogelijkheid is geboden? Dat is het geval als de AV voor of bij het sluiten van de overeenkomst ‘ter hand zijn gesteld’.

Je zou zeggen, makkelijk zat, maar toch gaat het hier vaak al mis. Bijvoorbeeld verwijzen partijen wel naar hun algemene voorwaarden (‘op al onze leveringen zijn algemene voorwaarden van toepassing’) maar ze sturen ze niet mee. Of, wat ook regelmatig gebeurt, is dat iedere partij zijn eigen AV van toepassing verklaart, waarna de zogenaamde ‘battle of the forms‘ ontstaat: wèlke voorwaarden zijn nou eigenlijk van toepasing?

En àls die voorwaarden dan keurig ter hand zijn gesteld en volgens de regelen der kunst zijn aanvaard (wat dus lang niet altijd het geval is), dàn is de vraag nog: zijn die voorwaarden ‘onredelijk bezwarend’?

De wet kent een regeling voor transacties met consumenten, waarbij van bepaalde bedingen bij voorbaat al wordt aangenomen (of ten minste wordt verondersteld) dat een partij ze niet mag hanteren. Zo mag een winkelier bijvoorbeeld niet in zijn algemene voorwaarden bedingen dat hij zomaar de prijs mag verhogen en dat de afnemer die hogere prijs dan maar moet betalen. In het algemeen mag een consument niet in AV de rechten worden ontzegd die hij m/v volgens de wet heeft.

In Nederland geldt dat zakelijke partijen (dus ook ZZP’ers!) in beginsel mogen afspreken wat ze willen. Hoe zit het daar dan mee? Aangezien er nogal wat situaties te bedenken zijn waarin een afspraak tot apert onredelijke resultaten leidt of kan leiden, heeft de wetgever ook aan die situatie gedacht: “Een beding in algemene  voorwaarden  is vernietigbaar indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden  tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij.” Daar kun je wel wat kanten mee op.

In mijn praktijk heb ik nogal wat contracten zien langskomen tussen filmmakers en producenten, en op die contracten zijn bijna altijd algemene voorwaarden van toepassing, die op z’n zachtst gezegd niet in het voordeel van de filmmaker zijn. Sterker nog, die AV komen er doorgaans op neer dat de filmmaker minimale rechten heeft, ongeacht wat de producent vervolgens met de film doet. In het nieuwe auteursrecht is  een regeling getroffen die de hardste gevolgen van dit soort contracten probeert te verzachten, maar er is bovendien een regeling getroffen (in art. 25f lid 2 Auteurswet) voor onredelijke bedingen in alle auteurscontracten. Of die bedingen/voorwaarden zijn opgenomen in het contract zèlf of in de vorm van AV is voor auteurs dus niet meer van belang.

Daar staat tegenover dat voor auteurs de vraag moeilijk te beantwoorden is wanneer een voorwaarde ‘onredelijk’ is. Het valt namelijk (nogal makkelijk) te verdedigen dat een voorwaarde per definitie niet onredelijk is wanneer die voorwaarde in de praktijk door alle producenten wordt gesteld en door alle filmmakers wordt aanvaard. Maar volgens mij valt daar toch nog wel iets meer over te zeggen. De speciale regeling voor Algemene Voorwaarden in het Burgerlijk Wetboek, geldt immers voor iedereen, en vult de norm voor ‘onredelijke bedingen’ in.

Al met al luidt de conclusie zodra er met algemene voorwaarden wordt gewerkt: weest op uw hoede! (En het goede nieuws: auteurs mogen een heel klein beetje minder op hun hoede zijn.)

(Vragen of opmerkingen? Mail: erik.devos@kracht-advocatuur.com)

 

 

 

Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in Aansprakelijkheid, Auteursrecht, Maatschappij, Onrechtmatige daad en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s