Beëindiging samenwerking: scheiden doet lijden.

GO-179-2Een goede samenwerking ligt aan de basis van zo’n beetje alle grote bedrijven. Gedeelde smart is halve smart, samen sterk, en recht zo die gaat! Maar in het kielzog van de bedrijven die door fusies en overnames gestaag zijn gegroeid, zijn er ook heel wat bedrijven en bedrijfjes die het minder goed is vergaan. In deze blog twee voorbeelden van hoe het óók nog wel eens wil aflopen.

Dat Intellectuele Eigendomsrechten in belangrijke mate economische rechten zijn – met alle problemen van dien – blijkt uit de beëindiging van een samenwerkingsverband tussen een verkoper en een kleding-ontwerper/fabrikant. In deze zaak gaat het over een maatschap die op basis van een agentuurovereenkomst kleding verkoopt voor de ontwerper/fabrikant, een BV. De verkoop valt terug en er ontstaat ruzie over de vraag hoe lang de BV een monstercollectie beschikbaar moet stellen aan de maatschap. De BV stuurt een brief waarin ze zegt dat de maatschap zonder verdere voorwaarden de agentuurovereenkomst moet nakomen; doet de maatschap dat niet, dan wil ze – volgens de BV – de overeenkomst blijkbaar opzeggen. De maatschap reageert nogal boos, zegt de overeenkomst prompt op, en legt vervolgens beslag.

Kort en goed: volgens de rechter was de maatschap iets te voortvarend. Het stond de BV vrij om te besluiten dat ze de monstercollectie korter dan voorheen aan de maatschap beschikbaar wilde stellen. Ten eerste mocht de BV haar bedrijfsvoering inrichten zoals economisch het meest verstandig is (het maken van meerdere monstercollecties was te kostbaar geworden). En ten tweede – en dat is van groot belang – blijkt dat er voldoende overleg is geweest tussen de BV en de maatschap. De maatschap werd dan ook niet overvallen door plotselinge beslissingen van de BV, maar wist wat er te gebeuren stond. (Rechtbank Noord-Nederland 3 februari 2016, LINK)

In een andere zaak bij de Rechtbank Noord-Nederland (zie hier) kwamen diverse rechten bij elkaar. Eiseres was de besloten vennootschap HOF Audio-Licht-Beeld B.V. Gedaagde was een voormalig zelfstandige, die in 2006 was samengegaan met HOF; een samenwerking die vorm had gekregen in een kleine kluwen van BV’s. Bij dat samengaan waren de activa, waaronder IE-rechten, ingebracht in de samenwerking en overgedragen aan een beheer-BV. Na zeven jaar was de rek eruit, en gingen de partijen weer uit elkaar.

De voormalige zelfstandige (gedaagde) begon weer een eigen zaak, en deed dat gaandeweg weer onder de naam ‘HOF’, met gebruik van een beeldmerk dat nogal leek op het beeldmerk ten tijde van de samenwerking. Voor eiser leek dat aanvankelijk niet uit te maken, aangezien die zelf de naam “RED Audio’ was gaan voeren; maar – lang leve internet – er komen nog steeds klanten af op de naam ‘HOF’ en eiser wil die klanten door kunnen leiden naar het nieuwe bedrijf, RED.

Voor wat betreft de handelsnaam, schrijft de rechtbank een interessante overweging (r.o. 4.9): “… overweegt de voorzieningenrechter dat het gelet op de bewoordingen van artikel 5 Hnw (met name de zinsnede “reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd”) en de wetsgeschiedenis daarvan, niet noodzakelijk is dat de oudere handelsnaam nog gevoerd wordt op het moment dat de bescherming van artikel 5 Hnw wordt ingeroepen. Ingeval die oudere handelsnaam niet meer gevoerd wordt, is bepalend of en in hoeverre die naam nog leeft bij het publiek en of op die grond verwarring te duchten is.” Die overweging valt duidelijk in het voordeel van eiseres uit, want de naam ‘Hof’ trekt blijkbaar nog steeds klanten. De gedaagde zal een andere naam moeten gaan zoeken. Gedaagde moet bovendien op zoek naar een andere URL, want er komt vast te staan dat de domeinnaam http://www.hof.nl alsnog aan eiser moet worden overgedragen.

Met het (beeld)merk heeft gedaagde ook al geen succes. De eiser heeft eerder dan gedaagde een afbeelding gedeponeerd waarvan het belangrijkste bestanddeel het woord ‘HOF’ is. En wie eerst komt, eerst maalt. Gedaagde stelt nog dat sprake is van ‘depot te kwader trouw’, maar daar is de rechter niet van onder de indruk. (Terzijde: het blijft hinderlijk dat via een beeldmerk bescherming wordt gezocht van wat in wezen een woordmerk is. Dit is gewoon een truc om dubbele bescherming te krijgen voor één enkel depot.)

To add insult to injury, is de gedaagde als fotograaf voor eiser opgetreden toen hij zelf nog bij eiser werkte. Na de scheiding heeft hij die foto’s gebruikt op zijn eigen website, maar helaas: op grond van art. 7 Auteurswet heeft de eiser-BV als werkgever het auteursrecht op die foto’s. Gedaagde mag die foto’s niet gebruiken, ook al heeft hij ze zelf gemaakt.

De wijze les? Er is geen wijze les, anders dan wat de lezer van deze blog al wel eens vaker heeft gehoord: zet afspraken op papier, dat maakt succesvol procederen bij problemen een stuk makkelijker.

 

 

 

 

 

Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s