Het gelijk van Donald Trump en Henk Kamp

Fritz Lang, 'Metropolis' (1927)

De robot in ‘Metropolis’ (Fritz Lang, 1927)

In het Financieele Dagblad van 12 januari 2017 stond een artikel over minister Henk Kamp (Economische Zaken), die een pleidooi hield voor de ontwikkeling van robotica in Nederland: ‘Met robotica wordt werkgelegenheid behouden.’ En daarnaast een artikel over Donald Trump. Toeval?

Werkgelegenheid is een permanente zorg van democratische staten. De vrees is – kort samengevat – dat de bevolking maar tot een beperkt niveau kan verarmen, c.q. verhongeren, voordat de revolutie uit zal breken. Globalisatie leek het antwoord, maar zolangzamerhand ontstaat de indruk dat die juist tegengesteld is aan het beleid om de bevolking tevreden te houden door werk en inkomen. Het economische model achter ongebreidelde globalisatie deugt namelijk niet, als ik het goed zie.

De gedachte is dat door hindernissen voor internationale handel op te ruimen,  bedrijven toegang krijgen tot een grotere afzetmarkt en ze meer spullen kunnen verkopen. Wie de beste kwaliteit tegen de laagste prijs kan bieden, verdient het meeste geld. Er schuilen echter diverse adders onder het gras. Als volgt.

Om ‘de laagste prijs’ te kunnen bieden, wordt er op arbeidsloon bespaard. Gevolg is dat  de productie telkens naar een land met nòg lagere lonen verplaatst zal worden. De hoogte van de lonen komt dus permanent onder druk te staan, want de lonen kunnen altijd verder omlaag.

Er doet zich dan de volgende paradox voor: als fabrieken zich verplaatsen naar een land met lage lonen, wordt de arbeidsbevolking daar (in theorie) welvarender, zodat ze meer kunnen gaan kopen; op die (iets) welvarender markt ontstaat dan meteen prijs-concurrentie; zodat fabrikanten hun productiefaciliteiten willen verplaatsen naar een nog-lager-lonen-land.

Regeringen proberen de rondreizende bedrijven te paaien met lage belastingen, en ook díe kunnen altijd nog wel iets lager. Lage belastingen hebben echter tot gevolg dat de staat verarmt. De armere staat zal moeten bezuinigen, bijvoorbeeld op de sociale infrastructuur.

Om de bevolking tevreden te houden moet de staat nu schulden maken. Bovendien raakt de  staat overgeleverd aan bedrijven die de bevolking ten minste nog een baantje tegen een lage vergoeding willen geven. De staat moet dan zorgen voor goede fysieke infrastructuur en sociale stabiliteit; maar omdat de staat en de bevolking verarmen, verslechteren zowel de fysieke als de sociale infrastructuur, zodat bedrijven zullen vragen om lagere belastingen en lagere lonen.

Nadat de lonen zijn verlaagd, en de belastingen voor bedrijven zijn afgeschaft, en de (sociale) infrastructuur is ingestort, volgt dus alsnog opstand. Dat is waar we nu de eerste tekenen van meemaken. Opstand in het Westen betekent vooralsnog: verkiezingswinst voor politici die (i) het volk zeggen dat het de schuld is van de buitenlanders en die (ii) beloven dat ze de goede tijden  zullen laten herleven. Enter de nieuwe president van de Verenigde Staten!

Donald Trump wil de infrastructuur verbeteren, belastingen verlagen, en hij wil dat bedrijven zich (opnieuw) in de V.S. vestigen. Gevolg van zulk beleid zal zijn dat òf het minimumloon kariger moet òf de producten van buitenlandse bedrijven duurder moeten worden. Hij heeft aangekondigd voor het laatste te kiezen. Trump kiest dus tegen de globalisering en als Amerikaanse bedrijven daar in meegaan, zou hij inderdaad het lot van de eigen arbeidsbevolking misschien iets kunnen verbeteren. Go, Donald!

Maar ook hierbij ligt een forse adder in het gras te wachten. Er is al op gewezen dat als de V.S. hogere importarieven gaan heffen voor buitenlandse bedrijven, andere landen waarschijnlijk hetzelfde zullen gaan doen voor Amerikaanse bedrijven. De afzetmarkt voor Amerikaanse bedrijven verkleint dus, zodat de lonen omlaag moeten om de winstgevendheid op peil te houden of de winst zal dalen.

Is de enige oplossing voor het voortdenderende globalisatie-circus dan het verlagen van bedrijfswinsten, tarieven-oorlogen, en desondanks lage lonen? Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Enter Henk Kamp! Onze minister van Economische Zaken heeft een oplossing. Hij zet zich in voor de ontwikkeling van robots. Want, zegt hij: “Door robots op een goede manier in te schakelen kunnen we werk houden. Het is wel ander werk. Maar je behoudt alles wat eromheen zit. De productontwikkeling, de verkoop, het onderhoud en de dienstverlening vindt dan wel in je eigen land plaats.”

Ik denk dat zowel Donald Trump als Henk Kamp (vermoedelijk ‘bien étonnées de se trouver ensemble’) gelijk hebben. Trump heeft, wellicht onbedoeld, gelijk als hij bedrijven wil dwingen om het belang van de bevolking mee te wegen óók als dat betekent dat ze minder winst maken. En Henk Kamp heeft gelijk als hij bedoelt dat een land met een goed opgeleide bevolking aantrekkelijke producten kan blijven ontwikkelen en kan uitbaten.

Voor Amerikaanse bedrijven betekent dat: verlaag de productiekosten door productontwikkeling uit te besteden aan kleine, buitenlandse bedrijven. En dat betekent voor Nederlandse bedrijven: ontwikkel producten die niet afhankelijk zijn van de plek waar de fabriek staat – kortom, ontwikkel technologie die beschermd wordt door het Intellectuele Eigendom-recht, zodat er licenties verleend kunnen worden.

Komt dan toch nog alles goed in 2017?

(Vragen over Intellectuele Eigendomsrecht? Mail: erik.devos@kracht-advocatuur.com)

 

 

 

Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in ICT, Licenties, Maatschappij en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s