Bollywood drama: schadeberekening illegale dvd’s

serveimage-1In deze bizarre tijden is het verleidelijk om alleen nog maar over politiek te praten. Het leek tenslotte even alsof het einde van de Westerse beschaving nabij was, en daar wil een mens toch iets over zeggen. Nu de soep weliswaar heet blijft, maar toch nog niet hoeft te worden gegeten, is het de hoogste tijd om terug te keren naar de basis: het recht in de praktijk! Daarom in deze blog iets over schadevergoeding.

Aanleiding is een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een inbreukzaak tussen een leverancier van ‘Bollywood’-films en een verkoper van illegale kopieën. De kwestie in het kort: de rechthebbende op bepaalde Indiase films leverde dvd’s aan twee wederverkopers (‘Govinda Videocentre’ en ‘Govinda Tours’, samen ‘Govinda c.s.’). Maar Govinda c.s. besloot op enig moment om op de inkoopkosten te besparen en begon illegale (zelf gemaakte?) kopieën te verkopen. Een rechtszaak volgde en de rechtbank oordeelde dat er inderdaad sprake was van inbreuk, maar hoeveel kopieën had Govinda c.s. verkocht, welke inkomsten was de leverancier misgelopen?

Gevolg was een verwijzing naar ‘de schadestaat-procedure’; dat is een aparte rechtsgang, waarin partijen hun stellingen over de omvang van de schade -en hoe die te berekenen- moeten toelichten. In IE-procedures komt het niet vaak voor, in ‘gewone’ aansprakelijkheidszaken is het gebruikelijker: het voordeel van deze procedure is dat al vaststaat dat er onrechtmatig gehandeld is èn wie er verantwoordelijk is voor de schade, zodat die lastige rechtsvragen achter de rug zijn. Het nadeel is dat het mogelijk is dat na langdurig procederen er alsnog geoordeeld wordt dat er nauwelijks schade is geleden. Spoiler alert! Zo verging het ook de eiser in deze zaak.

De gedaagden waren bij vonnis van 2 januari 2013 veroordeeld tot schadevergoeding en/of winstafdracht ‘nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet’.  In de schadestaatprocedure vorderde de eiser vervolgens veroordeling van Govinda c.s. tot betaling van een kleine 40.000 Euros.

De eiser kwam op dat bedrag door te kijken naar de gemiddelde verkoop van zijn films (met mooie titels als ‘Khoya Khoya Chand‘, ‘Umrao Jaan‘, en ‘Bas ek pal‘), en naar de verwachte  en de werkelijke verkoop aan Govinda c.s. Daarbij ging hij uit van een verkoopprijs van € 2,- per DVD en een brutowinstmarge van 67%.

Maar in de beste Agatha Christie-traditie komt er nu in deze blog een addertje onder het gras vandaan, waarvan u het bestaan niet wist, maar schrijver dezes wèl: de veroordeling door de rechtbank had geen betrekking op alle ‘Govinda-partijen’, maar slechts op één daarvan. Daarmee viel dus al een deel van de vordering weg. En die ene overgebleven partij verweerde zich -kort samengevat- door te zeggen dat dat de cijfers van eiser niet deugden omdat ze -ik parafraseer- deels gebaseerd waren op ‘wishful thinking’.

De rechtbank besluit de schade dan maar (beredeneerd) te schatten. Zodoende komt ze tot een schadevergoeding voor de eiser van € 2.307,-. Extra zuur is dat de eiser de proceskosten moet betalen van de partij die hij ten onrechte in het geding had betrokken, à € 1.533,50. Uiteindelijk is de uitkomst dus tamelijk dramatisch: de eiser heeft weliswaar op bijna alle fronten gelijk gekregen, maar hij blijft alsnog met vrijwel lege handen achter.

 

 

Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in Aansprakelijkheid, Auteursrecht, Procesrecht en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s