Auteursrecht op verbouwing en creatieve administratie

Bouwen en verbouwen, het blijft een rijke bron voor rechtspraak. In deze blog een bespreking van een vonnis naar aanleiding van de verbouwing van een boerderij. Het vonnis laat zich lezen als een handboek voor sjoemelaars.

Het vonnis van de Rechtbank Gelderland is al uit 2015 maar pas onlangs gepubliceerd. De kwestie betreft een boerderij met bijgebouwen in slechte staat. De nieuwe eigenaar wil er een mode-atelier in vestigen en heeft een architectenbureau ingeschakeld om de noodzakelijke tekeningen te maken en de verbouwing te begeleiden. Dat architectenbureau bestaat – zo laat het vonnis zich tenminste lezen – uit één architect die handelt vanuit twee of drie vennootschappen, waarvan er eentje inmiddels failliet is*.

Er is een overeenkomst waarin de rechten en plichten over en weer zijn vastgelegd. Onder meer is bepaald dat de architect via zijn vennootschap (‘betrokken partij’) recht heeft op een vergoeding van 10% van de uiteindelijke bouwsom (in het algemeen al het soort regeling dat een aanmoediging is om de bouwkosten gierend uit de hand te laten lopen, en dat blijkt ook hier weer. Men leze door!) Halverwege de verbouwing ontstaat er ruzie over het al dan niet betalen van bepaalde rekeningen, en de architect beëindigt de samenwerking. Vervolgens wordt de bouw alsnog door de opdrachtgever afgemaakt naar tekeningen van de architect.

Het conflict dat volgt, laat zich raden: de architect beroept zich op zijn auteursrechten voor het ontwerp voor het bijgebouw en eist een vergoeding op grond van inbreuk. Maar zo simpel blijkt het allemaal niet te liggen. Het vonnis is geanonimiseerd en daardoor wat lastig leesbaar, maar het blijkt dat de architect een spookhuis aan vennootschappen heeft opgetrokken, en dat hij handelde als bestuurder van telkens andere vennootschappen, waaronder de failliette ‘betrokken partij’.

Het lijkt aanvankelijk een geslaagde wedstrijd voor de opdrachtgever. Voor de verbouwing en de nieuwbouw maakte de architect tekeningen die in rekening werden gebracht bij de opdrachtgever. Maar de architect liet bepaalde aannemers óók voor die tekeningen betalen; dat brachten die aannemers dan óók weer in rekening bij de opdrachtgever. Over de op die manier opgehoogde verbouwingskosten moest de opdrachtgever vervolgens weer 10% commissie betalen aan weer een andere vennootschap van de architect (de al eerder genoemde failliete ‘betrokken partij’). Dat is onrechtmatig, oordeelt de rechtbank, en daarmee krijgt de opdrachtgever zo’n Eur. 38.000,= terug.

Maar die vreugde is van korte duur. Als ik het vonnis goed begrijp, was ‘de betrokken partij’ belast met de begeleiding van de bouw (waarvoor hij dus 10% van de totale bouwsom ontving); en daartoe was er een ‘projectrekening’ waar de opdrachtgever geld op stortte, zodat de architect via ‘betrokken partij’ daarmee de aannemers kon betalen. Maar toen die vennootschap  failliet ging, viel het geld op de projectrekening in het faillissement van ‘betrokken partij’.

Helaas voor de opdrachtgever, oordeelt de rechtbank dat ‘de gedaagde c.s.’ niet aansprakelijk gesteld kan worden voor deze situatie. De gekozen constructie droeg nu eenmaal het risico in zich dat geld op de projectrekening nog niet was doorbetaald aan derden; en ook dat het in een eventueel faillissement zou kunnen vallen. Daarmee is de opdrachtgever zijn geld de facto twee keer kwijt, want door het faillissement kregen de aannemers niet betaald en moest de opdrachtgever hen alsnog, rechtstreeks betalen. Hierbij gaat het om meer dan Eur. 300.000,=

En het wordt nog zuurder. De opdrachtgever stelt dat de ‘betrokken partij’ voor het uitvoeren van de bouwbegeleiding, waarvoor 10% van de bouwkosten in rekening werd gebracht, nog weer iemand anders heeft ingehuurd. De kosten van deze derde, meer dan 20.000,= euro, werden als ‘bouwkosten’ opgevoerd, waardoor de ‘betrokken partij’ weer een hogere rekening kon sturen. Helaas voor de opdrachtgever blijkt nu het nut voor de architect als bestuurder van al die vennootschappen.

Onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van een vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap, in dit geval de architect. Maar daarvoor is vereist dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De opdrachtgever heeft volgens de rechtbank niet toegelicht op grond waarvan de architect als bestuurder van ‘betrokken partij’ persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt door het inzetten van die derde en het doorberekenen van de daarmee gepaard gaande kosten. Ook is niet duidelijk of dit inzetten en doorberekenen is toe te schrijven aan de architect anders dan in zijn hoedanigheid van bestuurder van ‘betrokken partij’. De architect gaat dus ook hier vrijuit.

Tot slot, voorzover nog niet duidelijk was dat deze architect wel van wanten weet, heeft hij zelfs nog een reconventionele vordering ingesteld: hij beroept zich op zijn auteursrechten voor het ontwerp voor het bijgebouw en eist een vergoeding op grond van inbreuk en schending van zijn persoonlijkheidsrechten. De gevorderde vergoeding wordt begroot op de hoogte van onbetaalde rekeningen (+ Eur. 14.000,=) De opdrachtgever verweert zich door te stellen dat het om een schuur gaat en dat een vennootschap (zoals die van de architect) geen persoonlijkheidsrechten kan claimen, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. De opdrachtgever moet alsnog zijn rekening aan de architect betalen voor het ontwerp.

De conclusie is er eigenlijk vooral één van financiële aard. Het is duidelijk dat er in de bouw regelmatig situaties ontstaan waarbij opdrachtgevers opvallend weinig waar voor hun geld krijgen. De bouwers zijn ervaren en men kijkt niet op een faillissementje meer of minder; de gemiddelde opdrachtgever daarentegen vormt een makkelijk slachtoffer. Wie het zich veroorloven kan, doet er dus goed aan om voorafgaand aan de opdrachtverlening te onderzoeken hoe hij/zij zich kan beschermen tegen de bouwers.

Zie ook deze blogs: over onbetrouwbare dakdekkers, over architecten versus failliete aannemers, en over de nutteloze persoonlijkheidsrechten van een architect bij sloop.

(Vragen, opmerkingen? Mail: erik.devos@kracht-advocatuur.com)

  • Het vonnis wekt de indruk dat het architectenbureau (‘betrokken partij’) dan weer eens optreedt als architect (‘gedaagde’) en dan weer eens als bestuurder van een vennootschap die architectenwerkzaamheden verricht (‘gedaagde sub 3’); maar dat het in wezen telkens om dezelfde persoon gaat. De rechtbank vat de wederpartij van de opdrachtgever als volgt samen: “[gedaagde] is architect en bouwtechnoloog. Hij is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde sub 2] , die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder is van [gedaagde sub 3] . [gedaagde sub 2] was ook enig aandeelhouder en bestuurder van [betrokken partij] (verder: [betrokken partij] ), welke vennootschap op 26 maart 2013 failliet is verklaard.”
Advertenties

Over krachtblog

Advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in Intellectuele Eigendom en effectieve procedures.
Dit bericht werd geplaatst in Architectuur, Bouwen, Effectief procederen, Onrechtmatige daad en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s